Notice: Undefined index: uname in /var/www/www.etv.tudelft.nl/index.php on line 97 Notice: Undefined index: studienummer in /var/www/www.etv.tudelft.nl/index.php on line 98 Electrotechnische Vereeniging
 
Groot ETV Makkelijk naar Moeilijk Woordenboek

Hieronder vind je de eerste versie van het Groot ETV Makkelijk naar Moeilijk Woordenboek. Dit woordenboek is bedoeld om je te helpen interessanter te spreken en schrijven en werkt als volgt: bedenk eerst wat je gaat schrijven of zeggen. Kijk dan in dit woordenboek of er in de categorie 'makkelijk' een trefwoord lemma is voor een of meer van de woorden uit je zin (dit kan door de lijst hieronder te bestuderen, of door te zoeken met de zoekpagina). Is dit het geval, lees dan wat het bijbehorende moeilijke woord is en lees ook de omschrijving van dit moeilijke woord. Vervolgens bepaal je of het makkelijke woord in jouw zin te vervangen is door het moeilijke. Veel spreek- en schrijfplezier toegewenst!

Makkelijk Moeilijk Omschrijving
?
Tautologie
tau·tol·o·gy

1. (onnodige) herhaling
2. logica: noodzakelijk ware uitspraak
Aansnijden
Entameren
en·ta·´me·ren (ov.ww.)

1 (een onderwerp) in behandeling nemen => <i>aansnijden</i>; (lijsttrekkers vocabulair)
Ademstilstand
Apneu
´apneu (de ~ (m.)) [med.]

1 ademstilstand
Afdwaling
Divagatie
di·va'ga·tie v -s

1 afdwaling;
2 nutteloze uitweiding, onzinnige praat;
Aflossen (v/e schuld)
Amortiseren
amor·ti·´se·ren (ov.ww.)

1 (geldswaardig papier, dat verloren is gegaan) gerechtelijk van onwaarde verklaren
2 (een schuld) aflossen

NB: speciaal in het GEMMW voor gebruik door de thesaurier.
Afscheiding
Schisma
´schis·ma (het ~)

1 scheuring, afscheiding in het algemeen of in een kerk
Afwijking
Discrepantie
dis·crep·an·cy

1. afwijking, verschil, tegenstrijdigheid, tegenstelling

2. tegenspraak tussen twee verhalen
Almachtig
Omnipotent
1. Macht zonder beperkingen, onbeperkt. Almachtig.
Amateur
Dilettant
di·let·´tant (de ~ (m.))

1 iem. die een kunst of wetenschap uit liefhebberij beoefent => amateur
2 iem. die slechts oppervlakkige kennis van een vak, een kunst of wetenschap bezit
Apartheid
Segregatie
se·gre·ga·tie (de ~ (v.))
1.apartheid
2.ontmenging in vaste stoffen
3.het optreden van plaatselijke verschillen in samenstelling van vaste stoffen
Bekloppen
Percuteren
per·cu·´te·ren (ov.ww.)

1 medisch onderzoeken door bekloppen
Beknopt
Geserreerd
ge·ser·´reerd (bn.)

1 kort en krachtig van stijl => beknopt
Benadrukken
Appuyeren
appu'yeren

1 (overg.) de nadruk leggen op
Bier
Vloeistof
vloei·stof de; v(m) -fen van nature vloeibare stof
Breedvoerig, omstandig
Ampel
´am·pel (bn.)

1 omstandig, breedvoerig
Brief
Epistel
e´pistel (het,de ~ (m.))

1 brief van de apostelen
2 lezing tijdens de mis van een deel uit zo'n brief
3 [scherts.] brief
Controleren
Collationeren
combineren van gegevens uit twee of meer reeksen, die op dezelfde wijze zijn gerangschikt, tot een nieuwe reeks die niet op dezelfde wijze gerangschikt hoeft te zijn als de oorspronkelijke reeksen(1);

het met elkaar vergelijken van geschriften e.d.(2)
Correct
Comme il faut
comme il ´faut (bw.)

1 zoals het hoort => correct
Dik, zwaarlijvig
Corpulent
cor·pu·lent (bijvoeglijk naamwoord; corpulenter, meest corpulent; corpulentie)
Dubbelzinnig
Ambigu
am·bi·´gu (bn.)

1 dubbelzinnig
2 [taal.] meer dan één betekenis hebbend
Duidelijk
Apert
a´pert (bn.)

1 duidelijk
Duidelijk
Manifest
ma·ni·´fest1 (het ~)

1 openbare verklaring van een partij, een politieke persoon enz.

ma·ni·´fest2 (bn.)

1 duidelijk, onmiskenbaar
Duidelijk (schokkend)
Flagrant
fla·´grant (bn.)

1 op schokkende wijze duidelijk
Dwangvoorstelling
Idee-fixe
idee-´fixe (het,de ~ (v.))

1 gedachte die iem. voortdurend bezig houdt => <i>dwangvoorstelling</i>
Egalist
Egalitarian
Egalitair, gelijkheid voorstaand
Eigen-geilerij
Egotisme
ego·´tis·me (het ~)

1 manie om voortdurend over zichzelf te spreken => zelfvergoding
Eigenzinnig, koppig
Obstinaat
ob·sti·naat bn; -nater, -st eigenzinnig, koppig
Figuurlijke uitdrukking
Troop
troop (de ~ (m.))

1 figuurlijke uitdrukking => trope
Gebrek (aan iets)
Nooddruft
´nood·druft (de ~) [schr.]

1 gebrek aan het allernodigste
(Belangrijkste toepassing: nooddruftig)
Gemoedsrust
Sereniteit
se·re·ni·teit (de ~ (v.))
1.het sereen zijn, met name als doorgaande gemoedsgesteldheid
Genieten (van iets)
Savoureren
sa·vou·´re·ren (ov.ww.)

1 met smaak tot zich nemen, ten volle genieten
Hemel
Firmament
Ster Woordenboek (derde druk):
o hemel (I,1); uitspansel
Hermafrodiet
Androgyn
zelfstandig naamwoord; de (m); meervoud: androgynen(1601) ontleend aan Frans androgyne, ontleend aan Latijn androgynus, ontleend aan Grieks androgunos (tweeslachtig mens), gevormd van anèr (man) + gunè (vrouw)
Herstel
Convalescentie
herstel (medisch)
Huilerig
Larmoyant
lar·moy·´ant (bn.)
met al te veel en te makkelijk vloeiende tranen, sentimenteel-bedroefd, syn. huilerig, klagend
Inactief
Lethargie
lethar'gie (de (v.); g.mv.)
1. ziekelijke slaapzucht
2. winterslaap
3. (fig.) toestand van geestelijke ongevoeligheid, ongeïnteresseerdheid, inactiviteit
Incidenteel
Contingent
con·tin·´gent<sup>1</sup> (het ~)

1 verplichte bijdrage in de krijgsmacht, belastingen enz.
2 [ec.] toegewezen aandeel

con·tin·´gent<sup>2</sup> (bn.)

1 bepaald door omstandigheden of toeval => accidenteel, incidenteel
Inleiding
Preambule
pre·am·´bu·le (de ~)

1 inleiding
2 omhaal van woorden
3 [muz.] preludium
Kerkelijk
Ecclesiastisch
ec·cle·si·´as·tisch (bn.)

1 kerkelijk
Kleinigheid
Bagatel
Kleinigheid, iets van weinig waarde
Komisch, kluchtig, zot
Burlesk
bur·lesk (bn.)

1 zot en komisch => kluchtig
Kortstondig
Efemeer
efe·´meer (bn.)

1 kortstondig
2 (van een plantensoort of vegetatie) zich op een bepaalde plaats slechts zeer kort handhavend
Kotsen
Vomeren
vo·´me·ren (onov.ww.) [schr.]

1 braken
Lange-woorden-fobie
Hippopotomonstrosesquippedaliofobie
Hip·po·po·to·mon·stro·ses·quip·pe·da·li·o·fo·bie

Angst voor lange woorden
Lekker
Senang
se·'nang (bn) tevreden, lekker: zich ~ voelen;
Medewerkend
Concomitant
con·co·mi·´tant (bn.)

1 samengaand, medewerkend
Mengsel
Melange
me·lan·ge [meelãnzje] de, het; m en o -s mengsel
Mishandelen
Maltraiteren
mal·trai·´te·ren (ov.ww.)

1 mishandelen
Mislukking
Echec
echec [eesjek] het; o -s mislukking
Moedeloosheid
Defaitisme
de·fai·´tis·me (het ~)

1 moedeloosheid na het verlies van hoop op een goede uitkomst
Onheilspellend
Omineus
omi·´neus (bn.)

1 onheilspellend
Onmeetbaar
Incommensurabel
in·com·men·su'ra·bel
(onderling) onmeetbaar
Onovergankelijk
Intransitief
in·tran·si·´tief (bn.) [taal.]

1 onovergankelijk <=> transitief
Ontzag
Egard
e´gard (het,de ~ (m.))

1 het ontzien, ontzag
2 bewijs van achting
Op staande voet
Stante pede
stan·te ´pe·de (bw.)
op staande voet => onverwijld
Opening
Vernissage
ver·nis·´sa·ge (de ~ (v.))

1 opening van een schilderijententoonstelling voor genodigden
Opsomming
Litanie
li·ta·´nie (de ~)

1 reeks van religieuze smeekbeden of lofprijzingen
2 [pej.] lange, eentonige opsomming
Out-dated
Anachronisme
ana·chro·nis·me (het ~, ~n)

1 fout tegen de tijdrekening
2 persoon of zaak die niet thuishoort in het betrokken tijdvak
Overspannenheid
Exaltatie
1 geestvervoering
2 overspannenheid
Overwegingen (van een jury)
Considerans
con·´si·de·rans (de ~)

1 beweegreden
2 inleidende paragraaf van een wet, een vonnis met overwegingen
Parodie
Pastiche
pas·ti·che (de ~ (m.), ~s)
1 slechte nabootsing van een kunstwerk
2 artistieke imitatie waarin de stijl en de thema's van een kunstenaar worden geparodieerd
Penningmeester
Thesaurier
the·sau·rier (de ~ (m.), ~s)
bestuurslid dat de gelden beheert => quaestor, schatbewaarder, schatmeester,
Periodiek
In·ter·mit·te·rend
met tussenpozen verschijnend of werkend => periodiek
Plat vlak
Plotvlok
binnenmonds uitgesproken + accent voor plat vlak (zn)
Preventief
Profylactisch
pro·fy·´lac·tisch (bn.)

1 preventief
Proberend, hopend (NH)
Conatief
co·na·´tief (bn.)

1 trachtend, proberend
Pronken
Paraderen
pa·ra·de·ren -deerde, h geparadeerd 1 (mil) een parade houden 2 pronken
Rekening houden met
Verdisconteren
ver·dis·con·te·ren (ov.ww.)
1 rekening houden met => verwerken
2 [hand.] (wissels) met berekening van disconto voor de vervaldag verkopen
Riddergevecht
Tjost
tjost (geen afbreking) de (m.); -s

Gevecht tussen gewapende ridders te paard
Rukker
Onanist
Schandelijk, eerloos
Infaam
in·´faam (bn.)

1 schandelijk, eerloos

VB: "Een infaam epistel"
Schijn
Façade
fa·ça·de de; v -s, -n voorgevel; voorkant: (fig) dat is allemaal ~ schijn
Schitterend
Eclatant
ecla·tant (bn.)

1 daverend, schitterend
Sluitrede
Syllogisme
syl·lo·´gis·me (het ~)

1 logische redenering waaruit men een conclusie afleidt => sluitrede
Soortnaam
Appellatief
ap·pel·la·´tief (het ~) [taal.]

1 soortnaam
Spreuk
Adagium
adagium het; o -gia zegswijze, spreuk
Star
Dogmatisch
dog·ma·tisch bn, bw 1 op een dogma gegrond 2 geen tegenspraak duldend; rechtlijnig
Stomverbaasd
Stupéfait
stu·pé·´fait (bn.) [form.]

1 stomverbaasd
Strafrede
Filippica
fi'lippica (de (v.))
1 (g.mv.) redevoering die door Demosthenes tegen Philippos van Macedonië werd uitgesproken
2 (-'s)(fig.) hevige strafrede (tegen iem. of iets).
Tegenstrijdig
Antinomie
an·ti·no·´mie (de ~ (v.))

1 tegenstrijdigheid tussen twee oordelen die beide waar schijnen te zijn
2 tegenspraak van de wet met zichzelf of van wetten onderling
Tekst(bestand)
Corpus
´cor·pus (het ~)

1 verzameling documenten
2 [taal.] begrensde verzameling teksten voor linguïstisch onderzoek => tekstbestand
Toelichting
Adstructie
ad·´struc·tie (de ~ (v.))

1 toelichting
Toetsenbord
Qwertyklavier
Niet moeilijk wel leuk.

PS Wie krijgt dit tegenwoordig?
Toevoegsel
Affix
af·´fix (het ~) [taal.]

1 toevoegsel, nl. een voor- of achtervoegsel bij een woord
Toezicht
Auspiciën
aus´piciën (de ~ (mv.))

1 toezicht
Trefwoord
Lemma
´lem·ma (het ~)

1 eerste woord van een artikel in een woordenboek of encyclopedie => trefwoord
2 [wisk.] hulpstelling waarvan de juistheid in afwachting van nader bewijs wordt aangenomen
3 leus
Tweedeling
Dichotomie
di·cho·to·´mie (de ~ (v.)) ;

1 indeling in tweeën ;
2 [biol.] vertakking in twee gelijkwaardige stengels;
zie ook Schopenhauers dichotomie;
Uitschakelen
Kaltstellen
uitschakelen, ervoor zorgen dat iemand niet meer in een bepaalde functie kan optreden
Veranderingsleer
Metabletica
me·ta·´ble·ti·ca (de ~ (v.))

1 leer van de veranderingen in de geestelijke inzichten van de mens
Verdwijnen
Eclipseren
eclip·se·ren (onov.ww.);

1 verduisterd worden => verduisteren
2 verdwijnen
3 naar huis gaan
Verloop
Diachronie
di·a·chro·´nie (de ~ (v.))

1 verloop, voorstelling volgens de historische ontwikkeling
Verplicht
Obligaat
obli·´gaat1 (het ~) [muz.]

1 solopartij, uitgevoerd met begeleiding

obli·´gaat2 (bn.)

1 verplicht
2 [muz.] de hoofdmelodie voordragend
Verstopping
Constipatie
con-sti-pa-tie de; v het verstoord zijn vd stoelgang; verstopping, obstipatie
Verwaand
Nuffig
´nuf·fig (bn.)

1 (van meisjes) verwaand, zoals een nuf
Vrouw (pejoratief gebruikt)
Xantippe
xan·´tip·pe (de ~ (v.))

1 boosaardige, kijfachtige vrouw => helleveeg, haaibaai
Welsprekend
Eloquent
elo·´quent (bn.)

1 welsprekend
Zelfverheerlijking
Narcisme
Ziekelijk liefde voor zichzelf. Naar de griekse mythe over Narcissus die verliefd was op zijn eigen spiegelbeeld
Zinspreuk
Aforisme
afo·´ris·me (het ~)

1 korte, pittige spreuk => <i>zinspreuk</i>
Zonderling
Quidam
´qui·dam (de ~ (m.))

1 zonderling individu, vreemd figuur
Zonneklaar
Ostensief
os·ten·´sief (bn.)

1 aantonend, aanschouwelijk
2 zonneklaar
Zuivering
Catharsis
ca·´thar·sis (de ~ (v.))

1 reiniging van de ziel => zuivering, loutering
2 [lit.] in het klassieke drama de verzoening met het lot
Zwakzinnig, dom
Oligofreen
oli·go·freen (bn.)

1 [med.] zwakzinnig